Sensorische ontwikkeling
Sensorische ontwikkeling is de ontwikkeling van het waarnemen met de zintuigen; kijken, luisteren, voelen, tasten, proeven, ruiken. Al deze informatie komt binnen via de ogen, de oren, de huid, de mond en de neus en het evenwichtsorgaan. De zintuigen ontwikkelingen zich afzonderlijk en leren betekenis geven aan de waarnemingen. Tegelijkertijd gaan de zintuigen ook informatie uitwisselen: wat de oren horen en de ogen zien en de huid voelt wordt bijeengebracht. Dit heet sensorische integratie. De sensoren hebben natuurlijk direct te maken met de motoren. De beweging, de motoriek die volgt op een waarneming gaat in eerste instantie onbewust, reflexmatig. De reflexmatige bewegingen worden langzamerhand vervangen door steeds meer bewuste handelingen. Dit proces heet de sensomotorische ontwikkeling.
De zintuigen en de spieren hebben dus een nauwe relatie en zijn niet los van elkaar te zien.
Toch zetten we de ontwikkeling van de zintuigen en het verwerken van de indrukken apart onder de aandacht. We zien namelijk steeds meer kinderen die klachten ontwikkelen omdat de zintuigen overprikkeld zijn. Dit is niet zo vreemd omdat er in onze maatschappij heel veel indrukken op ons af komen. Overprikkeling betekent niet dat de zintuiglijke ontwikkeling niet goed is verlopen. Het betekent vooral dat de zintuigen de hoeveelheid indrukken niet goed kunnen verwerken. Dit kan komen door:
1. Een tragere prikkelverwerking of een lage drempelwaarde. Dit is voor een deel een aangeboren aanleg.
2. Een te grote dosis prikkels en te weinig rust om deze te verwerken.
3. Een (tijdelijke) stress factor waardoor het zenuwstelsel op scherp staat en sneller overprikkeld raakt.
Kinderen hebben in principe twee manieren om hiermee om te gaan.
1. Ze worden druk en onrustig om de spanning te ontladen.
2. Ze gaan op de “spaar-stand” of “uit-stand”.
Drukke kinderen zijn makkelijk te herkennen. Laat ze uitrazen en geef ze rust. Zorg dat ze niet teveel prikkels krijgen. Let op: ook leuke prikkels geven overprikkeling…
Kinderen die op de “uit-stand” gaan zijn wat moeilijker te herkennen. Ze zijn zo overprikkeld dat er niets meer bij kan. Veel indrukken gaan langs hen heen en ze zijn een stuk minder levendig. Of ze gaan steeds drukker doen en voelen grenzen niet meer aan.
In onze volgende post hebben we hier een voorbeeld van.