#7 Positief Onderwijs en de Wet op Primair Onderwijs

Zijn de aanpassingen die we in school zouden willen maken niet mogelijk door de spelregels voor het onderwijs? Natuurlijk kan dat wel, alleen moeten we dan de spelregels wel helder en scherp hebben.

Tijdens de ontwikkeling van de visie ‘Positief Onderwijs Nederland’ spraken we veel mensen in en uit het onderwijs en de gezondheidszorg. Er ontstonden aan één stuk door optimistische en hoopvolle gesprekken. En regelmatig werd er dan ergens in het gesprek door onderwijsmensen een dijk van een muur opgeworpen. Dan kregen we terug: “Het is een ontzettend goed idee, hier zouden we met zijn allen voor moeten gaan, maar… het kan niet, want de inspectie ….”

En dit kregen we terug in allerlei variaties. De onderliggende teneur klonk bijna als: “Helaas, we zouden wel willen, maar het kan niet vanwege de regels die de inspectie hanteert.” Wanneer we doorvroegen, ontdekten we dat directies en bestuurders, intern begeleiders en leerkrachten niet precies weten wat de spelregels van de inspectie voor scholen zijn.

Daarom wilden wij ons hier verder in verdiepen. We organiseerden interviews met bestuurders, directeuren, twee hoogleraren en informeel met inspecteurs van de Onderwijsinspectie. De uitkomst hiervan hebben we hieronder op een rij gezet.

Iedere school heeft enorm veel ruimte om een eigen invulling te geven aan de manier waarop het onderwijs georganiseerd en geboden wordt. Scholen worden juist gestimuleerd duidelijke ambities te hebben vanuit een concrete schoolvisie om hun onderwijs zo in te richten dat ieder kind een goede ontwikkeling door kan maken. Er zijn enkele regels en uitgangspunten gepubliceerd waarmee je kan zorgen dat je ambitie op koers blijft en de basiskwaliteit vasthoudt. Hieronder volgt een  overzicht van deze regels en uitgangspunten (zie onderaan dit artikel de links/bronnen waarin je deze uitgebreid kunt nalezen).

Zicht op ontwikkeling.

Breng je als school bij binnenkomst de ontwikkeling en onderwijsbehoeften van kinderen in kaart en behoud je gedurende hun schooltijd hier zicht op? Draag je zorg voor een ononderbroken ontwikkeling? Durf je hier beredeneerd keuzes in te maken, ook in wat je niet meer doet….?

‘Er zijn voldoende scholen in Nederland die hier echt goede effectieve en efficiënte oplossingen voor hebben. Deze houden scherp in de gaten houden waar ieder kind is, zonder dat dit enorm veel tijd kost.’ Zie ook de opmerking over groepsplannen in de notitie ‘ruimte voor regels’ van de inspectie.

‘Sterke leiders organiseren dit direct. Als je dit niet organiseert kun je nooit je visie goed laten ontwikkelen.’

Didactisch handelen.

Wordt het didactisch handelen van de leerkrachten aangepast aan deze onderwijsbehoeften en ononderbroken ontwikkeling van kinderen? Is er sprake van differentiatie zowel naar de boven als de onderkant?

‘We zien dit veelal misgaan als leerkrachten onvoldoende met elkaar meekijken en feedback aan elkaar kunnen geven/ontvangen. Als ze op een eilandje werken zie je dat de aansluiting bij de visie (en ook de basale onderwijskwaliteit) achteruit holt. Er ontstaan dan blinde vlekken.’

Extra ondersteuning – ondersteuningsprofiel.

Is er beleid te aanzien kinderen met onderwijsbehoeften welke vallen buiten het basisaanbod en is dit in de praktijk zichtbaar?

‘Wees creatief, vraag bijvoorbeeld collega-scholen hoe ze dit oppakken.’

Toetsing en afsluitende eindtoets Onderwijsresultaten.

Wordt er zicht op de taal en rekenontwikkeling van alle kinderen verkregen door het cyclisch afnemen van toetsen? Wordt de eindtoets jaarlijks afgenomen en zijn de resultaten conform de populatienorm?

Veiligheid en schoolklimaat.

Kunnen de kinderen leren in een veilige omgeving en wordt de veiligheid en het pedagogisch klimaat jaarlijks in kaart gebracht? En hebben de uitkomsten hiervan een plek in het dagelijks handelen van leerkrachten?

‘De inspectie kijkt niet naar een incident maar is alert wanneer een school van incident naar incident gaat.’

Kwaliteitszorg.

Heeft de school zicht op de eigen kwaliteit en is er vanuit visie een (ambitieus) plan hoe deze kwaliteit hoog te krijgen of te houden? Is dit vertaald naar concrete doelen in een jaarplan? Wordt er planmatig verbetert in plaats van reactief? Is er een kwaliteitscultuur aanwezig waarin ruimte is voor verantwoording en dialoog binnen en buiten de school?

‘Hoe weet je als bestuur dat alles op orde is, hoe kies je als directie en bestuur je verbeterpunten? En wat is dan je verbeterplan? Is er een kwaliteitscultuur? In de praktijk zie je dat dit samenhangt met het feit of de visie doorgedrongen is in het team. Daarmee hangt het dus nauw samen met leiderschap en het vermogen om de visie praktisch en levend te maken.’

Hoe dan? En waar wordt op gelet?

Aan alle betrokkenen stelden we de vraag hoe scholen veranderingen het beste konden oppakken. Ze reageerden hierop met ‘Weet wat je doet én zorg dat je weet wat je gaat doen als het niet werkt en doe het dan ook echt in de praktijk. Door papieren plannen prikken we bijna iedere dag een paar keer heen.’ Het belangrijkste waar door de inspectie op gelet wordt, is dat er voor de kinderen een ononderbroken ontwikkeling doorlopen kan worden. Scholen kunnen bij binnenkomst al weten wie ze in huis krijgen en wat er potentieel min of meer verwacht kan worden.

Kijk voor de vervanging van de kerndoelen van het onderwijs ook op www.curriculum.nu. Dit is nog in de ‘van plan fase’. Totdat het zover is gelden nog de kerndoelen en de referentieniveaus.

De centrale vraag die op curriculum.nu gesteld wordt is: Wat moeten onze leerlingen kennen en kunnen? Ten aanzien van de te verwachten ‘ontwikkeling/prestaties’ wordt het huidige systeem vervangen door ‘referentieniveaus’ die gedifferentieerder aangeven waaraan gewerkt moet worden, met name op het gebied van taal en rekenen/wiskunde.

In je ambities kan dus rekening gehouden worden met waar je als school naar zou kunnen streven. Het referentieniveau is het uitgangspunt en dat kan per school verschillen op basis van de populatie. In de nabije toekomst verandert dit. Dan is er niet zozeer meer een vaste norm of ondergrens, maar tevens een redelijkerwijs te verwachten niveau, een signaleringswaarde. Komen die resultaten onder die waarde, dan volgt er een gesprek met de school waarin zij zich kan verantwoorden over die resultaten.

Daarnaast zullen een aantal andere vaardigheden zoals burgerschap en 21e -eeuwse vaardigheden getoetst worden in het gesprek tijdens een inspectiebezoek.

Hoe kun je als school(leiding) voldoen aan de minimumeis van de inspectie?

We kregen van de deskundigen een aantal keren woorden van de volgende strekking te horen: “De crux voor het behalen van de inspectie eisen ligt uiteindelijk in het leiderschap op de school: Als de schooleider kan aangeven wat de visie is op onderwijs, het team daarin weet mee te nemen en van daaruit de prioriteiten stelt en niet overal op aanhaakt, dan zien we dat die scholen ook niet in de problemen komen.”

Verminderen van de administratieve last

Tenslotte hebben we in de interviews ook stil gestaan bij de werkdruk versus de administratieve last. We stelden daarom ook de vraag waar de winst valt te halen ten aanzien van de administratieve last. Het antwoord was: ‘Op veel scholen wordt de administratieve last niet ervaren’. De tips die we kregen verwezen onder andere naar de notitie ‘ruimte in regels’ (zie bijlage 1 voor de link). Verder kwam naar voren dat  ‘met name rond het volgen van de individuele ontwikkeling raken leerkrachten en scholen de draad kwijt. Het gaat erom dat je telkens volgt en bijstuurt en prikkelt. Dat vraagt deskundigheid en een omgeving die ontwikkelend is. Dit geldt zeker ook voor de instrumenten daarvoor die de bestuurder(s) hanteren ter controle.

Onze tips:

Kijk rond in het land. Welke instrumenten geven je helder inzicht en besparen veel tot heel veel tijd? Welke kwalitatieve en kwantitatieve keuzes maak je daarin? Welke instrumenten zijn gericht op het proces in plaats van het product en durf de juiste keuzes te maken met betrekking hetgeen je (niet) vastlegt. Laat bestuurders dit wellicht in de eerste plaats faciliteren. Zorg daarnaast voor een doorlopende ontwikkeling van didactische vaardigheden – intervisie, supervisie en feedback – en je bent al bijna zeker van hoge kwaliteit en resultaten.

 Bronnen:

Kijk voor de vervanging van de kerndoelen van het onderwijs op www.curriculum.nu