#9 Bewegen is te leren

Bewegen is de eerste taal van een kind. Als ouder of als professional werkend met jonge kinderen herken je dit vast. Bij trek, dorst of pijn zetten baby’s niet alleen hun keel open, maar bewegen de handen en voeten volop mee. Kinderen grijpen met hun handjes naar alles wat ze kunnen pakken. Ze knijpen in het stukje brood met smeerkaas dat ze in hun handen krijgen. Er komt een leeftijd waarop niets in huis meer veilig is en de echte klimgeiten bovenop van alles klimmen om maar te kunnen ontdekken. Bewegen is voor kinderen hun eerste natuur en het mooiste voorbeeld is wel dat zij altijd rennend door het leven gaan. Kinderen lopen niet graag hand in hand met hun ouder door het bos of een stad, zij rennen maar al te graag vooruit. Begrip voor die langzame ouder die rustig aan doet is er eigenlijk niet. Ook op school willen kinderen bewegen. Wanneer een klaslokaal open gaat bij de pauze sprinten de leerlingen het liefst naar buiten. 

De praktijk laat helaas een ander beeld zien. Kinderen bewegen minder en het wordt ze ook makkelijk gemaakt door bijvoorbeeld vaker televisie te kijken of te gamen simpelweg omdat ze met de auto naar school worden gebracht. Baby’s brengen steeds meer tijd door in maxicosi’s of boxen. Voor ouders is dit in hun drukke leven makkelijker dan dat je kind al kruipende ergens iets grijpt (snoeren, glazen, vazen, etc.). Iets wat je niet wil. Ook het huidige speelgoed doet een duit in het zakje. De opkomst van de iPad/tablet is bepalend, maar ook bijvoorbeeld de vele vormpjes, ijsmachines of kapsalons voor klei zorgen er voor dat kinderen met hun handen bijna geen bewegingen meer hoeven te maken. De fijne motoriek is er de dupe van.

Van oudsher leveren (basis)scholen en sportclubs een bijdrage aan de motorische ontwikkeling van kinderen. In de afgelopen jaren is deze bijdrage minder geworden. Op de PABO wordt de kennis over motorische ontwikkeling van kinderen niet tot nauwelijks meer gegeven. Met de komst van de basisschool in 1985 is het delen van deze kennis gestopt. Sportclubs proberen kinderen op steeds jongere leeftijd te binden aan hun club/sport en trainingen worden gegeven door oudere jeugd of ouders omdat er anders geen kader te vinden is. Het beweegaanbod aan kinderen is hierdoor éénzijdiger en kwalitatief minder geworden, omdat het slechts gericht is op de sport waarop de kinderen zitten. Vroeger gingen veel kinderen eerst op gym waarbij allerlei beweegvaardigheden werden aangeleerd. Momenteel gaan kinderen van vijf jaar op hockey en leren rennen met een stick in hun hand, maar  leren niet hoe je moet vallen, rollen klimmen, klauteren en evenwicht houden. Allemaal voorwaarden die je nodig hebt voor volledige motorische ontwikkeling.   

Het positieve nieuws is: de ingeslagen weg is relatief eenvoudig om te buigen. Laten we op scholen, kinderopvang en sportclubs de kennis over het belang van bewegen weer gaan delen. Geef bewegen tevens weer een plek in het curriculum van betrokken opleidingen in het MBO en HBO. Wanneer iedereen de opgedane kennis in de praktijk gaat brengen, kun je dit al bij heel jonge kinderen doen. Hoe beter jonge kinderen kunnen bewegen, hoe meer profijt zij hiervan hebben in hun verdere leven. De voorwaarden tot leren (concentratie, stil kunnen zitten, omzetten van verbale opdracht naar een motorische handeling) hebben bijvoorbeeld een hele sterke link met goed bewegen en motorische rijpheid. Bij een goed beweegaanbod op jonge leeftijd is de kans op frustratie en/of uitval bij kinderen minder groot. En een kind dat goed en veel beweegt, zit vaak ook lekker in z’n vel.  

Veel mensen zullen herkennen dat ze lekkerder in hun vel zitten als ze fysiek in orde zijn en wanneer ze op gezette tijden bewegen. Een goede wandeling kan bijvoorbeeld voor een frisse wind in je hoofd zorgen. Bij kinderen werkt dit net zo. Ik kreeg als directielid van een basisschool met enige regelmaat dezelfde twee jongens uit groep 8 bij mij op bezoek omdat het in de pauzes met elkaar was misgegaan. Een keer goed uitpraten had niet het gewenste effect. Deze jongens waren niet in de wieg gelegd om stil te zitten, te luisteren en te praten. In overleg met hun leerkracht heb ik besloten om hen voor enkele weken 2x per week uit de les te halen en met hen te gaan bewegen in het gymlokaal van de kleuters. Zij kregen opdrachten om samen te werken bij klimmen, maar ook om tegen elkaar wedstrijdjes te doen met korte sprintjes. Hijgend van de inspanning liet ik ze in een paar woorden zeggen wat ze van elkaars inbreng vonden. Door de periodieke uitlaatklep zaten beide jongens beter in hun vel. In de klas waren de ruzies verdwenen. Het mooiste compliment kwam tijdens kamp toen zij elkaar regelmatig opzochten om dingen samen te gaan doen. Bewegen heeft hier een positieve bijdrage geleverd voor het welbevinden van de jongens, van de klas, de leerkracht en de school. Maar ook de ouders waren heel blij met de aanpak en het resultaat.       

Dus durf te bewegen en sta open voor kennis over bewegen en het belang ervan voor kinderen. Deze eerste stap is voor iedereen te doen. Toi toi toi!