#5 Met elkaar in gesprek

‘Bijna alles is logisch. Veel mensen zien dat het fout gaat. Veel minder zien wat er fout gaat. (Johan Cruijff)’

Transities in het onderwijs én in de jeugdzorg: dat leidt er toe dat op het snijvlak van onderwijs en jeugdzorg niet alles direct vanzelf loopt. Vrijwel iedere school kent de kinderen die op school en thuis extra ondersteuning nodig hebben en het risico lopen tussen wal en schip te geraken.

De vraag daarbij is: hoe kan de afstemming tussen onderwijs en jeugdzorgprofessionals zo optimaal mogelijk verlopen? Hoe we kunnen voorkomen dat dit gepaard gaat met grote tijdsinvesteringen en kunnen we zorgen dat we elkaar begrijpen?

Wij hebben uiteraard de wijsheid niet in pacht. Wel hebben we een aantal overwegingen en observaties uit de dagelijkse praktijk op de scholen:

  • Geef het kind tijd om te rijpen. Als we van kinderen dát verwachten (en niet meer!) waar ze vanuit hun (neurologische) rijping aan toe zijn, dan neemt het aantal ‘problemen’ al fors af. Sommige kinderen zijn op hun vijfde al volledig toe aan het leren schrijven. Veel kinderen zijn er ergens in hun zesde jaar aan toe. En sommigen in hun zevende levensjaar … geef ze de tijd.
  • Breidt de basiskennis van leerkrachten met betrekking tot de totale ontwikkelingen (het biopsychosociaal functioneren) van kinderen uit. Problemen ontstaan deels door het feit dat leerkrachten en zorgverleners elkaar niet begrijpen. Als leerkracht kijk je in eerste instantie naar het zichtbare gedrag. De zorgverlener kijkt eveneens naar de achtergrond of de voorwaarden voor het gewenste gedrag. Oftewel, voortdurend kijken ze naar andere dimensies. Wanneer de kennis en inzichten over het biopsychosociaal functioneren ook deel uitmaken van de basiskennis van de leerkracht, dan spreken leerkracht én zorgverlener in ieder geval dezelfde taal.
  • Afstemming van de zorg met de scholen is cruciaal. De aanvullende zorgverlening vindt plaats op de school. Het helpt zodra de zorgverlener tijd en moeite neemt om de leerkrachten en intern begeleiders op de hoogte te houden van hun observaties en de inhoud en achtergrond van hun begeleiding. Want dan leidt de afstemming van de aanpak, de bundeling van inzet en krachten tot een vergroot succes.
  • Afstemming ‘by walking around’ is een goede pragmatische oplossing voor de praktijk. Zorg- en onderwijsbudgetten zijn gescheiden. En er is 1 kind. Dat wrikt in de praktijk voortdurend. Zorgverleners beschikken in de praktijk voortdurend niet over (bekostigde) tijd. Dat is wel een feit maar geen excuus. In de praktijk zien we volop voorbeelden van situaties waarin er gekozen wordt voor zeer werkbare en zeer pragmatische oplossingen. We noemen dat afstemming ‘by walking around’. Zeker wanneer de zorgverlening op school plaatsvindt stemmen de zorgverleners en onderwijsgevenden met elkaar af wanneer kinderen teruggebracht worden naar de klas, in pauzes, op het plein en na drieën. Én het werkt!
  • Beperk het aantal schakels zoveel mogelijk. Hoe meer schakels hoe meer kans op miscommunicatie, tijdverlies, kosten en frustratie.

Gemeenten hebben de portemonnee gekregen voor de uitvoering van de Jeugdzorg. Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s) en sociale wijkteams kregen de rol om zorgbehoefte en zorgverlening te verbinden. En nu het lang niet overal blijkt te werken klinkt de roep om ‘interprofessionele communicatie ondersteuning’. Oftewel: voeg nog een schakel toe … De vraag is of dit wenselijk is. Hogescholen staan te trappelen om hier mensen voor op te leiden.  Wij sluiten voorlopig aan bij de heer Cruijff: “Bijna alles is logisch. Veel mensen zien dat het fout gaat. Veel minder zien wat er fout gaat”.  Aldus Johan Cruijff.

Volgende week: #6 Weg met het vergaderen. Begin met overleggen