#11 Zelfregie

Kinderen zeggen al heel jong “zelluf doen” en zijn ook apetrots als ze iets zelf gedaan hebben.  En wat een kind zelf ontdekt – met alle obstakels erbij – is van onschatbare waarde. Leren wordt onderzoeken wanneer het vanuit het kind gestuurd is en leren gaat meer richting imiteren als het gaat over voordoen en nadoen.  Beiden hebben hun plek in de ontwikkeling. Vanuit de positieve psychologie blijkt dat de beleving van zelfregie (autonomie) een grote factor is in het welbevinden van de mens. Vanuit zelfregie is het vanzelfsprekend dat je eigenaar bent van zijn je leerproces.

Hoe werkt zelfregie voor kinderen?

Kinderen groeien van een kleine veilige begrensde omgeving (startend in de baarmoeder) naar een steeds grotere omgeving die ze kunnen verkennen tot dat ze op eigen benen de wereld met alle mogelijkheden zelfstandig verder kunnen gaan verkennen. Met de leeftijd groeit hun zelfstandigheid en in hun ontwikkeling weten ze onbewust goed wat ze nodig hebben.

Als opvoeder en leerkracht kun je de kinderen niet behoeden voor tegenslag en vervelende leermomenten. Ze zullen allemaal leren door vallen en opstaan en door fouten te maken. Maar wat zijn fouten? Een onhandige beslissing is misschien vervelend, maar vooral leerzaam. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat (vooral kinderen en pubers) het meeste leren van fouten. Deze maken meer indruk in de hersenen en stimuleren strategieën om het de volgende keer anders te doen.

Je kunt als opvoeder en leerkracht wél de kinderen zo weerbaar en sterk mogelijk maken om de uitdagingen van het leven aan te kunnen. De kracht die ze hierbij ontwikkelen, het vertrouwen in eigen kunnen, de mindset om het één en ander oplossingsgericht aan te pakken wat het leven te bieden heeft, is een levenskunst die kinderen kunnen leren. Impliciet leren kinderen dit door voorbeeldgedrag. En expliciet door hun kwaliteiten te leren kennen, deze in te zetten en te vergroten.

Voorbeelden van zelfregie

In groep 1 en 2 gaat de zelfregie van het kind over bijvoorbeeld het kiezen in welke hoek het gaat spelen en op welke dag van de week hij de opdrachten of de werkjes gaat maken.

In groep 8 gaat zelfregie bijvoorbeeld over: Wat is mijn invulling dit laatste jaar op de basisschool, passend bij mijn uitstroomrichting? Of: Wat wil ik leren in het perspectief van mijn aanstaande keuze van voortgezet onderwijs?

Zelfregie is onontkoombaar verbonden met Positief Onderwijs

Als kinderen worden gestimuleerd om vanuit eigen kracht te ontwikkelen, dan hebben ze hiervoor ruimte nodig. Het is onmogelijk om een standaard leerprogramma aan te bieden en daarbij te veronderstellen dat ieder kind hetzelfde nodig heeft. Ook is het onmogelijk om slechts vanuit autoriteit de leerstof aan te bieden. Omdat dit systeem is gebaseerd op controle remt het de zelfregie juist af. Binnen Positief Onderwijs zal zelfregie een plek moeten krijgen. Daarbij is een aanpassing nodig in het denken en handelen over de mate waarin kinderen gecontroleerd en getoetst worden en wat de vervolgacties zijn op de uitslag van een toets. In een systeem waarin de toets de autoriteit is, is er een norm waar een kind wel of niet aan voldoet.  Dit systeem werkt in de hand dat de leerling en de leerkracht toewerkt naar een goed toetsresultaat.  In het Positief Onderwijs is het streven om te werken met het adaptiemodel. Er is ruimte om samen doelen te stellen. Doelen die vanuit intrinsieke motivatie komen en waarin steeds stappen gezet kunnen worden op weg naar het doel op de manier en op het tempo dat passend is.

Natuurlijk heeft het kind hier begeleiding bij nodig. Zelfregie betekent niet “zoek het dan lekker zelf uit”. En ook niet “je mag doen wat je zelf wilt”. Hoe meer het kind de kaders ervaart waarbinnen zijn groei mogelijk is, hoe meer het ruimte zal krijgen om dit in vrijheid op eigen manier vorm te geven.

Van controlemodel geleidelijk naar adaptiemodel

Hoe kan je geleidelijk naar een adaptiemodel overgaan? Het begint bij de leerkrachten en het team. Belangrijk is om te kijken naar wat een leerkracht zelf laat zien aan zelfregie. En hoe is de samenwerking in het team? Welke mate van zelfregie is er en waar is ruimte voor meer zelfregie? Stel vast welke kaders er zijn in het team en in de klas om de veiligheid te garanderen.

Dan is er de dagelijkse praktijk: Wat kan een leerling zelf doen en zelf bepalen wat nu nog bepaald en gedaan wordt? Hierbij is het inschatten van het rijpingsniveau van het kind van belang. Wat kan een kind wel en wat (nog) niet? Ook bepalend is de leerstijl van een kind. Kinderen die graag eerst instructie krijgen en dan aan het werk gaan hebben een andere behoefte aan eigen regie dan kinderen die een ervaringsgerichte leerstijl hebben.

Wil je de overstap maken naar het adaptiemodel of wil je meer kennis en inzicht in het rijpingsniveau van kinderen? Bekijk dan ons 3-daagse Basistraject Positief Onderwijs of mail ons voor meer informatie via info@positiefonderwijsnederland.nl