#10 Floreren is te leren

Floreren gaat in de natuur vanzelf: planten, bloemen, bomen en dieren groeien op en maken een bloeitijd door. Soms is het eenmalig en soms is het cyclisch en altijd afhankelijk van voeding, veiligheid en vrije ruimte.  Bij mensen geldt dit ook met als bonus dat we in staat zijn (of denken we dat alleen maar?) de omgeving te creëren waarin floreren de meeste kans heeft.

Om te kunnen floreren is rust en ruimte nodig met een rijke voedingsbodem om fysiek en geestelijk de benodigde ingrediënten op te kunnen nemen.

Rust ervaren we als het zenuwstelsel kan schakelen naar de rust en herstel modus. In het autonome zenuwstelsel zijn afwisselend het parasympatisch en orthosympatisch systeem actief. Het parasympatisch systeem zorgt voor rust en herstel. Het orthosympatisch systeem is gericht op overleven. In rust is de hartslag, ademhaling, alertheid en spierspanning op een basisniveau. In deze toestand kunnen we in vrijheid ontdekken, genieten, vooruitkijken, nadenken en verteren wat we hebben opgenomen.  De orthosympaticus hoeft alleen actief te worden als er daadwerkelijk een bedreiging is. Nu is het leven en de daarmee ook de gedachtewereld van de meeste mensen zo vol dat er maar weinig voor nodig is om bedreiging te ervaren. Waardoor we vaak vanuit de overlevingsstand de dag doorkomen. Dan kunnen we niet floreren!

Wel floreren heeft dus te maken met een mindset die zich niet te snel bedreigd voelt en gedreven wordt door interne motivatie (growth mindset). En een mindset is eenvoudig te trainen door steeds de aandacht te richten op wat er wel gelukt is, waar je tevreden en dankbaar voor bent, de ander dit ook te gunnen. De ruimte krijgen en nemen om nieuwe dingen uit te proberen zonder eisen aan resultaat, elkaar complimenten geven, samenwerken en successen vieren. Kinderen kan je ook complimenten (leren) geven, aandacht geven aan wat wél gelukt is, waar de kracht ligt van een kind en de dag afsluiten met de mooie beleefde momenten en successen.

Het zenuwstelsel heeft tegelijkertijd ook neurologische rust nodig. Deze rust krijg je niet alleen door beweging, frisse lucht en voeding, maar ook door je te bevinden in een veilig (pedagogisch) klimaat waarin fouten maken normaal is, jezelf zijn gestimuleerd wordt en er aandacht is voor elkaar. Kinderen leren zo hun eigen en elkaars kwaliteiten in te zien en ontdekken ze hoe deze kwaliteiten een steeds groeiende plek kunnen krijgen binnen en buiten de klas. En als leerkracht kun je niet alleen je eigen kernkwaliteiten inzetten in de klas, maar ook je collega’s helpen, terwijl je leert van je eigen én elkaars ervaringen die we “fouten” noemen. Niets is fijner (en beter voor je zenuwstelsel) als je jezelf mag zijn, inclusief je nog niet perfecte pogingen en je kwetsbaarheden, en dat je je gesteund voelt door anderen.

En zo floreren we!