Hoe ons lichaam van twee helften één maakt. Een korte samenvatting van onze neuromotorische ontwikkeling
Het is in de ontwikkeling een belangrijke mijlpaal, wanneer een kind met zijn hand de middellijn van het lichaam oversteekt, en dus de middellijn kan kruisen. De middellijn is een denkbeeldige lijn die het lichaam in een linker-, en een rechterkant verdeelt. Om deze mijlpaal te bereiken, is heel veel bewegingservaring nodig.
De voorbereidingen starten al op een leeftijd van zes tot negen maanden oud, wanneer baby’s beginnen te kruipen. Naarmate kinderen ouder worden, rond de leeftijd van vijf/zes jaar, ontwikkelen ze het vermogen om de middellijn te kruisen. Dit kunnen kruisen is nodig om te leren lezen en schrijven. Tegenwoordig zien we dat het kruisen van de middellijn zelfs bij kinderen van acht of negen jaar oud vaak nog niet volledig geautomatiseerd is.
Het kruisen van de middellijn is ook op hersenniveau belangrijk. Hierbij worden beide hersenhelften namelijk geactiveerd om samen te werken en veel verbindingen te leggen. Hoe meer verbindingen in de hersenen, hoe meer hersengebieden met elkaar kunnen samenwerken, en hoe meer denkvaardigheden en gedragsregulatievaardigheden zich ontwikkelen (de executieve functies).
Wanneer een kind een taak krijgt die het nog niet aankan, levert dit fysieke en emotionele spanning op. Deze spanning kan zich ophopen en zich op verschillende manieren uiten, soms zichtbaar, soms onderdrukt. Het gedrag dat we dan zien, zet vaak alarmbellen aan. Er wordt dan een gedragshulpvraag gesteld, terwijl de oorsprong ervan ligt bij de neuromotorische ontwikkeling.